Een wak is een opening of zwakke plek in het ijs, en de belangrijkste oorzaak van ongelukken op natuurijs. Wakken herkennen is te leren, en weten wat je moet doen als iemand erin belandt maakt letterlijk het verschil. Lees deze gids vóór je het ijs op gaat, niet erna.
Waar wakken zitten
Wakken ontstaan zelden willekeurig. De vaste verdachten:
- Bij bruggen en viaducten: minder warmte-uitstraling naar de lucht, vaak stroming eronder.
- Bij duikers, gemalen, sluizen en instromend water: stromend water bevriest veel later of nooit.
- Langs rietkragen en overhangende bomen: planten geleiden warmte en verstoren het ijsdek.
- Rond afmeerpalen, steigers en woonboten: donkere materialen nemen zonnewarmte op; bij woonboten wordt vaak warmte geloosd.
- Op plekken waar vogels zwemmen: zwanen en eenden houden water bewust open.
- Boven diep water of oude vaargeulen: het ijs is er structureel dunner. Zie ook Waar ligt het eerste ijs?.
Wakken herkennen op afstand
- Donkere vlekken in een verder grijs of wit ijsdek: open water of flinterdun nieuw ijs.
- Contrastverschil na sneeuwval: verse sneeuw blijft op ijs liggen, maar zakt weg in een wak: een donker gat in een witte vlakte.
- Dichtgevroren wakken zijn extra gemeen: het nieuwe ijs is soms maar één nacht oud en dus veel dunner dan het ijs eromheen. Een gladde, donkere "plas" in ruwer ijs is een waarschuwing.
- Scheuren met water erop wijzen op werkend, mogelijk overbelast ijs.
Vuistregel: vertrouw geen enkel stuk ijs dat er anders uitziet dan het ijs waar je op staat.
Als iemand anders door het ijs zakt
- Bel direct 112 (of laat iemand bellen). Onderkoeling gaat snel; hulpdiensten kunnen beter voor niets komen dan te laat.
- Ga er niet zomaar achteraan. De meeste dubbele verdrinkingen ontstaan doordat de redder ook door het ijs zakt.
- Reik iets aan vanaf sterk ijs of de kant: een tak, sjaal, jas, lijn, ladder, alles wat er maar is. Houd zelf afstand van de wakrand.
- Moet je toch dichterbij: verdeel je gewicht: lig plat, kruip of schuif een ladder of plank voor je uit.
- Eenmaal op de kant: houd het slachtoffer wakker en in beweging richting warmte, verwijder natte kleding zodra er beschutting is en wacht op professionele hulp. Bied geen alcohol aan.
Als je er zelf in zakt
- Blijf zo kalm mogelijk: de eerste kouschok (hijgen, hyperventileren) duurt ongeveer een minuut. Houd je hoofd boven water en wacht die schok uit.
- Draai je om naar de kant waar je vandaan kwam: dáár heeft het ijs je zojuist nog gedragen.
- Leg je armen op het ijs, trap met je benen tot je lichaam horizontaal ligt en werk je al trappend en trekkend het ijs op. Met ijspriemen gaat dit vele malen makkelijker, dus draag ze.
- Rol weg van het wak: niet meteen opstaan. Rollen verdeelt je gewicht.
- Ga direct naar warmte en trek droge kleding aan. Bel bij twijfel altijd 112: onderkoeling kan zich pas na een tijdje echt laten voelen.
Voorkomen blijft het beste
Alles in deze gids wordt minder relevant als je de basisregels volgt: minimaal 10 cm gemeten zwart ijs, nooit alleen, ijspriemen mee en wegblijven van de plekken hierboven. Lees daarvoor Veilig schaatsen op natuurijs en de KNSB-vuistregels.
Zie je op een locatie een gevaarlijke situatie, bijvoorbeeld een groot wak midden in een druk schaatsvak? Meld het dan op de locatiepagina op de ijskaart als onveilig. Andere schaatsers zien die waarschuwing direct.