De geschiedenis van de Elfstedentocht

Geen sportevenement grijpt Nederland zo bij de keel als de Elfstedentocht. Bijna 200 kilometer schaatsen langs de elf Friese steden, alleen mogelijk in de strengste winters, en daarom pas vijftien keer verreden. Dit is het verhaal van de Tocht der Tochten.

Hoe het begon

Tochten langs de elf Friese steden werden al in de negentiende eeuw op eigen houtje geschaatst. In 1909 organiseerde de dan net opgerichte Vereniging De Friesche Elf Steden de eerste officiële Elfstedentocht; theologiestudent Minne Hoekstra kwam als eerste over de finish. Daarmee was een traditie geboren: bij voldoende ijs een tocht van (tegenwoordig) zo'n 200 kilometer langs Leeuwarden, Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindeloopen, Workum, Bolsward, Harlingen, Franeker en Dokkum, met start en finish in Leeuwarden.

Vijftien tochten in bijna een eeuw

Tussen 1909 en 1997 is de tocht vijftien keer verreden: in 1909, 1912, 1917, 1929, 1933, 1940, 1941, 1942, 1947, 1954, 1956, 1963, 1985, 1986 en 1997. De lijst vertelt meteen het klimaatverhaal: drie tochten in de oorlogswinters van de jaren veertig, twee in de jaren tachtig, en sinds 1997 geen enkele meer.

Een paar edities springen eruit:

De Hel van '63

Eén editie heeft een eigen bijnaam: de tocht van 18 januari 1963, de Hel van '63. Bij temperaturen rond de −18 °C, snijdende oostenwind en sneeuwjacht begonnen duizenden schaatsers aan de tocht; minder dan één procent haalde de finish: 126 rijders. Winnaar Reinier Paping, die halfblind en bevroren binnenkwam, werd op slag een legende. De verhalen over de Hel bepalen tot vandaag het mythische karakter van de tocht.

Waarom 15 centimeter zo'n hoge lat is

De tocht kan alleen doorgaan bij minimaal 15 centimeter ijs over het volledige parcours: bijna 200 kilometer vaarten, meren en stadsgrachten, inclusief de beruchte zwakke plekken onder bruggen en bij open stukken (waar rijders moeten "klunen": op schaatsen over land lopen). Waarom dat zo veel vorst vraagt, snap je na het lezen van Hoe ontstaat natuurijs?: groot, diep en deels stromend water bevriest het allerlaatst. Er zijn al gauw twee weken strenge vorst nodig, en precies die winters zijn zeldzaam geworden. Vandaar dat elke serieuze vorstperiode meteen "Elfstedenkoorts" veroorzaakt: heel Nederland tuurt dan naar de ijskaart en de vorstsommen (zie Natuurijs en het weer).

Komt hij ooit nog?

Niemand die het weet. Statistisch zijn de kansen door de opwarming kleiner geworden, maar uitgesloten is een nieuwe tocht niet: één goed getimede, strenge vorstperiode van twee weken kan genoeg zijn. Tot die tijd houden de Friese ijsmeesters elke winter hun metingen bij, blijft de vereniging paraat, en oefent Nederland massaal op de tochten die wél kunnen: van de Friese merentochten tot de alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee in Oostenrijk. Lees daarover verder in Toertochten op natuurijs.

En wil je er als eerste bij zijn als het Friese ijs weer gaat groeien? Houd de kaart van Friesland in de gaten of stel een ijsalarm in: dan mis je het moment niet waarop heel Nederland weer durft te dromen.