Toertochten op natuurijs: van mini-Elfstedentocht tot molentocht

Rondjes op de ijsbaan zijn leuk, maar een toertocht is waar natuurijs echt voor bedoeld lijkt: kilometers schaatsen door het winterlandschap, langs molens en door dorpen, met een stempelkaart in je binnenzak en koek-en-zopie onderweg. Zodra het een paar dagen stevig vriest, schieten de tochten overal in Nederland uit de grond. Zo werkt die wereld.

Wat is een toertocht precies?

Een toertocht is een uitgezette schaatsroute over natuurijs, georganiseerd door een ijsclub of een samenwerkend gewest, met gecontroleerd ijs, bewegwijzering, stempelposten en hulpverlening langs de route. Afstanden variëren van een kindvriendelijke 5 kilometer tot monstertochten van 100 kilometer of meer. Je betaalt een paar euro inschrijfgeld, krijgt een stempelkaart en haalt bij elke post een stempel; wie alle stempels heeft, verdient het felbegeerde kruisje of medaille.

Onderweg kom je typisch Nederlandse begrippen tegen: klunen (op je schaatsen over land lopen waar het ijs ontbreekt, over matten of stro), koek-en-zopie (de kraam met warme chocolademelk en erwtensoep) en de veegploeg die de route sneeuwvrij houdt.

Van molentocht tot merentocht

Vrijwel elke streek heeft zijn klassiekers, vaak vernoemd naar wat je onderweg ziet: molentochten door de polder, merentochten in Friesland, grachten- en dorpentochten elders. De een is er sneller dan de ander: tochten over ondiepe poldervaarten kunnen al na enkele dagen vorst doorgaan, terwijl routes over groot open water (zoals de grote merentochten) een lange, strenge vorstperiode nodig hebben. Waarom dat zo is, lees je in Waar ligt het eerste ijs?. De onbetwiste koningin is natuurlijk de Elfstedentocht, en voor wie niet kan wachten is er elke winter de alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee in Oostenrijk.

Welke tochten doorgaan hoor je meestal pas één of twee dagen van tevoren: organisatoren beslissen op basis van de laatste ijsmetingen. Houd bij vorst dus de berichten van de ijsclubs in jouw regio in de gaten, en de ijskaart, die laat zien waar het ijs aan het groeien is.

Hoe organisaties het ijs beoordelen

Achter elke toertocht zit dagenlang meetwerk: ijsmeesters boren de hele route door en meten de dikte op tientallen punten. Als vuistregel willen organisatoren 12 tot 15 centimeter betrouwbaar ijs over het hele parcours (de Elfstedentocht hanteert 15 cm), met extra aandacht voor bruggen, duikers en open stukken: daar komen de kluunplaatsen. Pas als de zwakste plek goed genoeg is, gaat de tocht door. Het is dezelfde logica als de KNSB-vuistregels, maar dan met professionele marges.

Je eerste toertocht: zo bereid je je voor

Waarom toertochten zo bijzonder zijn

Een toertocht is georganiseerde zeldzaamheid: hij kan alleen bestaan in die paar winters dat alles klopt. Juist daarom staan er bij elke tocht duizenden mensen aan de start en spreekt half Nederland erover. Wil je die kans niet missen? Zet een ijsalarm aan op de homepage, volg de locaties in jouw provincie en zorg dat je schaatsen geslepen op de gang staan. Als het moment komt, komt het snel.