Je eerste rondjes op natuurijs vergeet je nooit meer: het geluid, de ruimte, de winterse lucht. Maar natuurijs is écht iets anders dan de kunstijsbaan. Deze gids helpt je om die eerste keer geweldig en veilig te maken.
Hoe natuurijs verschilt van de ijsbaan
- Het ijs is nooit egaal. Scheuren, ribbels, ingevroren luchtbellen, takjes en bladeren: je moet blijven kijken waar je rijdt.
- De kwaliteit wisselt per meter. Waar de ene strook spiegelglad is, ligt drie meter verderop stug sneeuwijs.
- Er is geen ijsmeester die dweilt, maar op een natuurijsbaan van een ijsclub wordt het ijs wél gecontroleerd en geveegd. Voor je eerste keer is zo'n baan verreweg de beste plek.
- Het weer doet mee. Tegenwind, lage zon, een handvol sneeuw: buiten schaatsen is elke keer anders.
Begin op een natuurijsbaan
Voor je debuut hoef je niet meteen een meer over te steken. Ondergespoten ijsbanen van ijsclubs hebben ondiep water (vaak maar 20–30 cm), gecontroleerd ijs en mensen die op je letten. Daar leer je het buitenijs kennen zonder de risico's van vrij water. Waar het eerste ijs meestal ligt, lees je in Waar ligt het eerste ijs?. Spoiler: op precies dit soort banen.
Wil je daarna het "echte" werk op sloten en plassen? Doe dat met iemand die ervaring heeft met natuurijs, en lees eerst Veilig schaatsen op natuurijs.
Wat je aantrekt en meeneemt
- Kleding in laagjes: je wordt warm van het schaatsen en koelt snel af als je stilstaat. Winddicht buitenlaagje, geen dik donsjack.
- Handschoenen zijn verplicht: niet tegen de kou, maar tegen sneden van andermans schaatsen bij een val.
- Een muts (of een helm, geen overbodige luxe op hobbelig ijs, zeker voor beginners).
- IJspriemen om je nek zodra je van de gecontroleerde baan af gaat.
- Thermoskan, telefoon (waterdicht verpakt) en een reservepaar sokken. Toekomstige jij is dankbaar.
Twijfel je over je schaatsen? In Welke schaatsen kies je voor natuurijs? leggen we uit waarom noren populair zijn en wat prima alternatieven zijn.
Techniek: rustig aan
- Houd je knieën gebogen en je zwaartepunt laag. Op oneffen ijs is dat je beste verzekering.
- Maak korte slagen tot je het ijs leert lezen; lange, diepe slagen komen vanzelf.
- Kijk vooruit, niet naar je schaatsen. Scheuren en takjes wil je zien aankomen.
- Leer remmen of uitglijden op een rustige plek voordat het druk wordt.
- Vallen hoort erbij. Val opzij, houd je vingers uit de buurt van andermans ijzers en sta rustig weer op.
Lees het ijs en de mensen
Druk bezochte plekken zijn er meestal niet voor niets druk: daar is het ijs goed bevonden. Maar blijf zelf opletten: een dichtgevroren wak of een zwakke plek bij een brug herken je na het lezen van Wakken herkennen. Volg aanwijzingen van de ijsclub altijd op, en onthoud de gouden regel: minimaal 10 cm gemeten ijs, en nooit alleen.
Waar kun je terecht?
Kijk op de live ijskaart waar het ijs in jouw buurt groeit en waar schaatsers al ijs melden, of bekijk het overzicht per provincie in Natuurijs in jouw provincie. Schrijf je in voor het ijsalarm op de homepage, dan hoor je het zodra er in jouw regio geschaatst kan worden, wel zo handig, want in Nederland duurt een natuurijsvenster soms maar een paar dagen.
Veel plezier op het ijs. De eerste slag op zwart ijs maakt alles goed.