Schaatswoordenboek
Het schaatswoordenboek verklaart de woorden die je op het ijs, in de ijsclubkantine en in onze gidsen tegenkomt: elk met een definitie van één zin, gegroepeerd per onderwerp.
⚠️ De statussen op deze site zijn schattingen op basis van weersgegevens of meldingen van bezoekers, nooit een veiligheidsoordeel. Betreed natuurijs alleen bij een gemeten dikte van minimaal 10 cm (KNSB-vuistregel), controleer het ijs altijd zelf ter plekke en volg aanwijzingen van de lokale ijsclub op.
IJs & weer
Dooi-inval
dooiaanval
Een dooi-inval is een abrupte weersverandering waarbij de vorst wijkt voor stijgende temperaturen, vaak vergezeld van wind, regen en een snelle aftakeling van het ijs.
Voor schaatsers is de aankondiging van een dooi-inval het signaal om nog snel de ijzers onder te binden. De overgang is vaak onverbiddelijk. De hogere luchtvochtigheid en milde wind werken als een kachel op het ijs, waarbij vocht de kwaliteit in recordtempo aantast. Eerst wordt het ijs waterig en stroef, en al snel verschijnen er gaten langs de kanten. Vaak betekent de dooi het directe einde van het winterse plezier.
Zie ook: Opvriezen, Kwakkelwinter · Lees verder in de gids: Natuurijs en het weer: de verwachting leren lezen
Drijfijs⚠ veiligheidsterm
ijsschotsen
Drijfijs bestaat uit losse stukken bevroren water die door wind of stroming op rivieren en meren drijven.
In periodes van vorst of juist bij het inzetten van de dooi breken stukken ijs af en worden door de stroming meegevoerd. Dit drijvende ijs kan zich bij bruggen of versmallingen ophopen tot gevaarlijke ijsdammen. Voor schaatsers is drijfijs uiteraard onbegaanbaar, maar het schuivende schouwspel trekt vaak veel bekijks langs grote rivieren of de Waddenzee.
Zie ook: Kruiend ijs, Wak · Lees verder in de gids: Natuurijs en het weer: de verwachting leren lezen
IJsbloemen
IJsbloemen zijn prachtige, varenachtige ijskristallen die zich vormen op dun ijs of koude oppervlakken door het bevriezen van waterdamp.
Deze structuren ontstaan bij strenge vorst en een hoge luchtvochtigheid, vaak in de vroege ochtend. De damp in de lucht sublimeert direct tot ijskristallen zonder eerst water te worden. Hoewel ze een magisch en sprookjesachtig aanzicht geven op een net bevroren meer, waarschuwen ze soms ook. IJsbloemen groeien namelijk vaak op plekken waar vocht uit het water door de dunne ijsvloer omhoog komt.
Zie ook: Zwart ijs, Wak · Lees verder in de gids: Hoe ontstaat natuurijs? Over vrieskou en ijsgroei
IJsheiligen
IJsheiligen is de aanduiding voor de periode halverwege mei, die in de volksweerkunde geldt als de allerlaatste dagen van het voorjaar waarop nog kans is op schadelijke nachtvorst.
Hoewel deze term in naam verwijst naar ijs, valt de periode ruim na het reguliere schaatsseizoen. Vijf katholieke heiligen, van 11 tot 15 mei, markeren dit verschijnsel in de kalender. Na de ijsheiligen, zo is de wijsheid, mag al het buitenplantgoed veilig de tuin in en is het vriesweer definitief voorbij. Schaatsers op de Nederlandse meren zullen tijdens de ijsheiligen geen millimeter natuurijs meer aantreffen, hoe koud de nacht wellicht ook voelt.
Zie ook: Kwakkelwinter
IJzel
onderkoelde regen
IJzel is regen die bestaat uit onderkoelde waterdruppels en direct bevriest zodra het in contact komt met een bevroren oppervlak of koude luchtlaag.
Wanneer ijzel op bestaand ijs valt, creîrt het onmiddellijk een ongelijkmatige, harde bobbelige laag bovenop de oorspronkelijke gladde vloer. Dit maakt het schaatsen vrijwel direct zwaar en zeer oncomfortabel. Aan de andere kant kan zware ijzel er ook voor zorgen dat wegen en trottoirs levensgevaarlijk glad worden, wat in de Nederlandse traditie soms leidt tot spontaan schaatsplezier midden in de woonwijk.
Zie ook: Opvriezen · Lees verder in de gids: Natuurijs en het weer: de verwachting leren lezen
Kruiend ijs
krui-ijs
Kruiend ijs is de benaming voor ijsschotsen die door wind of stroming met grote kracht over elkaar of de oever worden geschoven.
Vooral op grote wateren zoals het IJsselmeer breekt het ijsdek bij een stormachtige wind makkelijk open. De enorme schotsen worden vervolgens door de wind op de wal geduwd, waar ze zich metershoog opstapelen. Dit kruien is een indrukwekkend natuurfenomeen dat gepaard gaat met een oorverdovend gekraak. De ijzige bergen kunnen echter ook aanzienlijke schade aanrichten aan dijken, aanlegsteigers of boten.
Zie ook: Drijfijs · Lees verder in de gids: Natuurijs en het weer: de verwachting leren lezen
Kwakkelwinter
Een kwakkelwinter is een winterseizoen waarin periodes van lichte vorst en dooi elkaar voortdurend afwisselen, zonder dat er een structurele, stabiele ijslaag groeit.
Voor menig schaatsliefhebber is een kwakkelwinter een ware kwelling vol onzekerheid. Net als er na twee nachten vorst een klein laagje ijs ligt en de hoop stijgt, waait de wind steevast uit het westen en doet milde lucht al het werk teniet. In dit soort onstabiele winters ontstaat er slechts zelden veilig natuurijs, wat zorgt voor veel teleurgestelde blikken naar de thermostaat en niet ingevulde toertochtkalenders.
Zie ook: Dooi-inval, Vorstperiode, Opvriezen · Lees verder in de gids: Natuurijs en het weer: de verwachting leren lezen
Opvriezen
aanvriezen
Opvriezen is het proces waarbij na een dooiperiode het gesmolten water aan het oppervlak bij nieuwe nachtvorst opnieuw bevriest.
Een milde dooi overdag hoeft niet meteen het einde van de schaatspret te betekenen. Als het dooiwater of natte sneeuw op het bestaande ijs blijft liggen en de wind en nachtvorst de temperatuur weer laten dalen, vriest de toplaag op. Dit resulteert vaak in een verfrissend, nieuw toplaagje dat eventuele groeven herstelt, mits er geen harde wind stond die het oppervlak ribbelig heeft opgevroren.
Zie ook: Dooi-inval, Kwakkelwinter · Lees verder in de gids: Hoe ontstaat natuurijs? Over vrieskou en ijsgroei
Scheuren
ijsscheur · krimpscheuren
Scheuren zijn barsten in de ijsvloer die ontstaan door temperatuurwisselingen, sterke windbelasting of zware betreding door grote groepen schaatsers.
Grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht zorgen voor krimping en uitzetting in het ijsdek, waardoor natuurlijke scheuren onvermijdelijk zijn. Tijdens het schaatsen zijn lengtescheuren het gevaarlijkst, omdat een ijzer hier gemakkelijk in wegglijdt wat resulteert in harde valpartijen. Een actieve ijsmeester dicht deze gaten vaak provisorisch met water en sneeuw. Scheuren kunnen, als ze samenkomen, ook de algehele constructieve stevigheid van een ijsplaat verzwakken.
Zie ook: IJsmeester, Kraakijs · Lees verder in de gids: Veilig schaatsen op natuurijs
Sneeuwijs
Sneeuwijs ontstaat wanneer een flinke laag sneeuw op het ijs valt, smelt door regen of opwarming en vervolgens weer bevriest.
Voor schaatsliefhebbers is sneeuwijs vaak een bron van frustratie. Het bevroren sneeuwdekkan zorgen voor een bobbelig en onregelmatig oppervlak waar de schaatsen amper goed doorheen glijden. Bovendien is sneeuwijs soms sponzig en zwakker, en werkt de sneeuw als een isolerende deken waardoor het oorspronkelijke ijs eronder trager of niet meer aangroeit. Het schoonvegen van het jonge ijs is daarom een topprioriteit voor ijsclubs.
Zie ook: Wit ijs, IJsclub · Lees verder in de gids: Natuurijs en het weer: de verwachting leren lezen
Vorstperiode
koudegolf
Een vorstperiode is een aaneengesloten reeks dagen of weken waarin de temperatuur, ook overdag, in hoge mate onder het vriespunt ligt en bruikbaar natuurijs wordt gevormd.
In het veranderende Nederlandse klimaat zijn strenge en langdurige vorstperiodes schaarser geworden. Zodra de weerkaarten een serieuze Siberische of Scandinavische koude stroming voorspellen, groeit de landelijke opwinding. Een serieuze vorstperiode is essentieel om sloten, plassen en meren dusdanig af te koelen en dicht te laten vriezen dat het ijs veilig en betrouwbaar de grote massa schaatsers kan dragen.
Zie ook: Kwakkelwinter, Elfstedentocht · Lees verder in de gids: Natuurijs en het weer: de verwachting leren lezen
Wit ijs
melkijs
Wit ijs, ook wel melkijs genoemd, is ijs dat ondoorzichtig en witgekleurd is door ingesloten luchtbellen en gedeeltelijk gesmolten sneeuw.
Dit ijs ontstaat vaak wanneer er tijdens het bevriezen sneeuw in het water valt, of als een bestaande ijslaag deels ontdooit en daarna weer opvriest. De vele minuscule luchtbelletjes weerkaatsen het licht en geven het ijs een melkachtige, witte uitstraling. Hoewel het steviger kan zijn dan het lijkt, is het voor de schaatser minder prettig doordat het oppervlak vaak korreliger, zachter en daardoor trager is dan kraakhelder zwart ijs.
Zie ook: Zwart ijs, Sneeuwijs · Lees verder in de gids: Hoe ontstaat natuurijs? Over vrieskou en ijsgroei
Zingend ijs
zingend natuurijs
Zingend ijs is de karakteristieke hoge, galmende toon die te horen is wanneer dik, uitgestrekt ijs meebuigt onder het gewicht van een passerende schaatser.
Terwijl scherp kraken een waarschuwing is, geeft zingend ijs een betoverend concert. Het akoestische effect ontstaat door geluidsgolven die zich zeer snel verplaatsen door de dikke en strak gespannen ijsplaat. Omdat de verschillende frequenties op een andere snelheid reizen, hoort de schaatser geluiden die lijken op lasers uit een sciencefictionfilm. Voor veel ervaren schaatsers is dit fluitende geluid juist een bevestiging van betrouwbaar, solide ijs.
Zie ook: Kraakijs, Zwart ijs · Lees verder in de gids: Veilig schaatsen op natuurijs
Zwart ijs
donker ijs
Zwart ijs is extreem helder, versgevroren ijs zonder luchtbellen of sneeuw, waardoor het donkere water eronder goed zichtbaar is.
Dit strakke spiegelende ijs ontstaat tijdens heldere en koude nachten zonder wind of neerslag. Omdat het ijs volkomen transparant is, neemt het de diepzwarte of donkere kleur aan van het bodemwater. Voor de verwende schaatser is het de ultieme droom: het biedt vrijwel geen weerstand en laat een fluisterstil glijden toe. Wel is het cruciaal om op te letten, omdat luchtbellen die normaal als dikte-indicatie dienen ontbreken.
Zie ook: Kraakijs, IJsbloemen · Lees verder in de gids: Hoe ontstaat natuurijs? Over vrieskou en ijsgroei
Veiligheid
Bomijs⚠ veiligheidsterm
Bomijs is ijs dat bol staat doordat het water eronder is gezakt, wat een holle klank geeft en gevaarlijk kan zijn.
Als het waterpeil onder een ijsvlakte daalt, bijvoorbeeld door het malen van pompen of een veranderde stroming, verliest het ijs zijn draagvlak. Het ijs staat dan bol of hangt als een brug in de lucht. Wie hierop stapt, hoort een doffe, holle dreun of 'bom', waarna het ijs plotseling over een groot oppervlak kan instorten. Deze onzichtbare luchtkamer maakt bomijs verraderlijk en onvoorspelbaar, zelfs bij dik ijs.
Zie ook: Kraakijs, Windwak · Lees verder in de gids: Wakken herkennen en wat te doen als het misgaat
IJspriem⚠ veiligheidsterm
reddingspriem
Een ijspriem is een onmisbaar veiligheidsinstrument met een scherpe metalen punt, bedoeld om jezelf uit een wak te trekken.
Schaatsers dragen een set van twee ijspriemen doorgaans via een koord om hun nek. Als je door het ijs zakt, is het erg lastig om grip te krijgen op de gladde ijsrand om jezelf uit het water te hijsen. Door de pinnen van de ijspriemen krachtig in het ijs voor je te slaan, creëer je de broodnodige houvast om uit het ijskoude water te klimmen en te overleven.
Zie ook: Wak, Onderkoeling, Koudeschok · Lees verder in de gids: Veilig schaatsen op natuurijs
Koudeschok⚠ veiligheidsterm
cold shock
Koudeschok is de acute, levensgevaarlijke ademhalings- en hartreactie van het lichaam bij plotselinge onderdompeling in ijskoud water.
Wanneer een schaatser in een wak valt, reageert het lichaam direct op het ijswater met een oncontroleerbare drang om naar adem te happen. Dit leidt vaak tot hyperventilatie, paniek en het risico om water in te ademen, wat verdrinking kan veroorzaken. Deze koudeschok is het allergrootste gevaar in de eerste minuten. Wie in het water belandt, moet proberen de ademhaling onder controle te krijgen om helder te blijven en uit het water te komen.
Zie ook: Onderkoeling, Wak, IJspriem · Lees verder in de gids: Wakken herkennen en wat te doen als het misgaat
Kraakijs⚠ veiligheidsterm
krakend ijs
Kraakijs is ijs dat bij belasting hoorbaar kraakt, wat vaak wijst op de vorming van nieuwe scheuren of onvoldoende draagkracht.
Een krakend geluid in de winterse stilte is voor de schaatser altijd een waarschuwing. Terwijl het luidde zingen van zeer dik, doorbuigend ijs vaak onschuldig is, wijst een kort, scherp kraken of ploffen direct onder je schaatsen op acuut breekgevaar. Het ijs reageert op het lichaamsgewicht doordat de structuur breekt. Bij aanhoudend gekraak is direct terugkeren naar de kant of spreiding van het gewicht de enige verstandige keuze.
Zie ook: Bomijs, Wak, Zwart ijs · Lees verder in de gids: De KNSB-vuistregels voor natuurijs
Onderkoeling⚠ veiligheidsterm
hypothermie
Onderkoeling is de gevaarlijke daling van de lichaamstemperatuur die ontstaat wanneer men, bijvoorbeeld na een val in een wak, te veel warmte verliest.
Na de acute koudeschok is onderkoeling het grootste risico bij een val in het winterse water. Spieren verstijven snel, waardoor zwemmen of zichzelf op het ijs trekken bijna onmogelijk wordt. Ook na de redding uit het water gaat de afkoeling door natte kleding snel verder. Snelle beschutting, het uittrekken van natte kleding en langzame opwarming met dekens en lauwe drank is cruciaal om levensbedreigende situaties te voorkomen.
Zie ook: Koudeschok, Wak · Lees verder in de gids: Wakken herkennen en wat te doen als het misgaat
Wak⚠ veiligheidsterm
Een wak is een opening of zwakke plek in een verder dichtgevroren ijsdek.
Wakken ontstaan zelden willekeurig: stromend water bij duikers, gemalen en bruggen, warmte van woonboten en steigers, en watervogels die het water openhouden zijn de vaste oorzaken. Extra verraderlijk zijn dichtgevroren wakken: het nieuwe ijs daarop is soms maar één nacht oud en daarmee veel dunner dan het ijs eromheen. Een donkere vlek in een verder grijs of wit ijsdek, of een plek waar verse sneeuw wegzakt, is een waarschuwing om ruim afstand te houden.
Zie ook: Kraakijs, Windwak, Koudeschok · Lees verder in de gids: Wakken herkennen en wat te doen als het misgaat
Windwak⚠ veiligheidsterm
opengevroren water
Een windwak is een onbevroren wateroppervlak in een verder dichtgevroren meer, opengehouden door de aanhoudende beweging van de wind.
Wind heeft grote invloed op de ijsvorming. Als de harde wind het oppervlaktewater in beweging houdt, kan het niet bevriezen, zelfs niet bij aanhoudende vorst. Wanneer de wind gaat liggen en het wak alsnog dichtvriest, ontstaat lokaal een gevaarlijke plek met zeer dun en onbetrouwbaar ijs, terwijl de directe omgeving al dagen veilig leek. Voor de schaatser zijn windwakken moeilijk te herkennen en uiterst verraderlijk.
Zie ook: Wak, Bomijs · Lees verder in de gids: Wakken herkennen en wat te doen als het misgaat
Techniek & materiaal
Doorlopers
Friese doorloper · houtjes · houten schaatsen
Doorlopers zijn traditionele houten schaatsen met een ijzer dat helemaal doorloopt tot achter de hak van de voet.
Deze klassieke schaats werd met linten of veters onder de gewone schoen gebonden. Het doorlopende ijzer gaf meer stabiliteit en een langere glijfase dan eerdere modellen. Tot ver in de twintigste eeuw leerde vrijwel ieder kind in Nederland schaatsen op deze houtjes. Hoewel ze tegenwoordig grotendeels vervangen zijn door noren en moderne klapschaatsen, worden ze nog steeds gekoesterd als iconisch onderdeel van de Nederlandse schaatshistorie.
Zie ook: Noren, Klapschaats · Lees verder in de gids: Welke schaatsen kies je voor natuurijs?
IJsboor
Een ijsboor is een gereedschap waarmee een cilindervormig stuk uit de ijsvloer kan worden gezaagd om de exacte dikte en structuur te controleren.
Zonder het ijs te testen mag geen enkel besluit worden genomen. IJsmeesters, rayonhoofden en de KNSB boren op diverse, veelal zwakke of cruciale plekken door het ijs. Het stuk uitgesneden ijs vertelt direct of het gaat om solide zwart ijs of kwetsbaarder wit ijs en wat de precieze dikte is. Het is het belangrijkste meetinstrument om zekerheid te bieden voor het uitschrijven van toertochten.
Zie ook: IJsmeester, Rayonhoofd · Lees verder in de gids: IJsdikte meten: zo doe je dat
Klapschaats
klappers
De klapschaats is een schaats waarbij de schoen alleen bij de neus aan het ijzer scharniert, waardoor de afzet langer duurt.
Deze revolutionaire vinding uit Nederland veranderde de schaatssport eind jaren negentig voorgoed. Omdat het ijzer bij de hak loskomt van de schoen, blijft het blad tijdens de afzet langer in contact met het ijs. Dit levert aanzienlijk meer snelheid op. Naast topsporters gebruiken ook veel toertochtrijders tegenwoordig een klapschaatsvariant. Op zeer ongelijk of besneeuwd natuurijs kan het klapmechanisme echter soms vastvriezen of kwetsbaar zijn.
Zie ook: Noren, Doorlopers · Lees verder in de gids: Welke schaatsen kies je voor natuurijs?
Noren
hoge noren · lage noren
Noren zijn schaatsen waarbij de schoen vast op een lange stalen buis met het ijzer is gemonteerd, ontworpen voor snelheid.
De uitvinding van de stalen buisschaats was een revolutie en verving halverwege de twintigste eeuw op grote schaal de houten doorloper. Met noren kunnen schaatsers grotere stappen maken en meer druk opbouwen, wat hogere snelheden en stabieler bochtenwerk toelaat op lange afstanden. Noren bestaan traditioneel met een losse lederen schoen in een hoog of laag model en vormen nog altijd de basis van veel schaatstypen.
Zie ook: Klapschaats, Doorlopers · Lees verder in de gids: Welke schaatsen kies je voor natuurijs?
Priksleeën
prikslee
Priksleeën is het gebruik van een houten slee die door de zittende persoon met behulp van twee stokken met scherpe punten over het ijs wordt voortbewogen.
De prikslee was vroeger een populair wintervoertuig in Friesland en andere waterrijke provincies en werd voornamelijk gebruikt door ouderen of degenen die minder vaardig waren op de schaats. Door de twee gepunte stokken gelijktijdig krachtig naar achteren in het ijs te stoten, wordt de slee voorwaarts gestuwd. Tegenwoordig worden er bij strenge winters vaak speciale priksleewedstrijden georganiseerd voor vermaak en het behoud van de traditie.
Zie ook: Doorlopers
Schaatsslijpen
slijpen · braam verwijderen
Schaatsslijpen is het scherp en vlak maken van het botte of beschadigde glij-ijzer om voldoende grip, controle en snelheid op het ijs te garanderen.
Natuurijs is door scheuren, vastgevroren zand, steentjes en takken genadeloos voor het materiaal. Na een langere toertocht of valpartij is de scherpte er vaak direct vanaf. Met behulp van een slijpblok, een zware slijpsteen en een fijne afbraamsteen zorgen schaatsers ervoor dat de ijzers weer exact haaks geslepen zijn. Goed onderhoud voorkomt zijdelings wegglijden bij een afzet en is essentieel voor elke zichzelf respecterende rijder.
Zie ook: Noren, Klapschaats · Lees verder in de gids: Welke schaatsen kies je voor natuurijs?
Tochten & wedstrijden
Elfstedentocht
Tocht der Tochten
De Elfstedentocht is een heroïsche schaatstocht van ruim tweehonderd kilometer over natuurijs langs de elf historische steden van Friesland.
De tocht wordt alleen uitgeschreven als de ijsdikte over het gehele traject minimaal vijftien centimeter bedraagt, wat een strenge en langdurige vorstperiode vereist. Sinds de eerste officiële editie in 1909 is de tocht vijftien keer verreden, voor het laatst in 1997. Zodra het kwik dagenlang daalt, ontstaat in Nederland schaatskoorts en kijkt iedereen naar de rayonhoofden. Het evenement trekt tienduizenden deelnemers en miljoenen televisiekijkers.
Zie ook: Rayonhoofd, Elfstedenkruisje, Klunen · Lees verder in de gids: De geschiedenis van de Elfstedentocht
Klunen
Klunen is het op schaatsen lopen over land om een plek zonder begaanbaar ijs, zoals een brug, een weg of een wak, te passeren.
Wie klunt, loopt op schaatsen (meestal over stro, loopmatten of gras) om een onderbreking in het ijs te passeren: een brug, een weg, een dam of een stuk onbetrouwbaar ijs. Het woord komt uit het Fries en werd landelijk bekend door de Elfstedentocht, waar schaatsers op de kluunplaatsen over land van het ene ijsvak naar het andere lopen. Ook bij gewone toertochten richt de organisatie kluunplaatsen in op plekken waar het ijs ontbreekt of te zwak is.
Zie ook: Kluunplaats, Elfstedentocht, Toertocht · Lees verder in de gids: Toertochten op natuurijs: van mini-Elfstedentocht tot molentocht
Kluunplaats
klunplek
Een kluunplaats is een speciaal ingerichte locatie waar schaatsers over land een onbegaanbaar stuk ijs kunnen passeren.
Bij georganiseerde tochten zoals de Elfstedentocht of regionale toertochten worden kluunplaatsen aangelegd over wegen, bij gevaarlijke wakken of onder bruggen door waar het ijs weggesmolten is. Om de ijzers van de schaatsen te beschermen, bedekt de organisatie de route vaak met stro, houten vlonders of zware rubberen matten. Het voorzichtig strompelen op schaatsen over deze trajecten is een fotogeniek, maar uitputtend onderdeel van elke tocht.
Zie ook: Klunen, Elfstedentocht · Lees verder in de gids: Toertochten op natuurijs: van mini-Elfstedentocht tot molentocht
Kortebaanwedstrijd
kortebaan
Een kortebaanwedstrijd is een historisch Nederlands sprintduel op natuurijs waarbij telkens twee schaatsers tegen elkaar racen over een rechte afstand van 160 meter.
Voordat de 500 meter de standaard werd, genoot het kortebaanschaatsen een immense populariteit. Bij de eerste goede vorst organiseerden dorpscafés of ijsclubs deze afvalraces. In een directe strijd knallen twee rijders tegelijk over een kort recht traject weg, waarbij puur vermogen, snelle reflexen en spierkracht doorslaggevend zijn. Deze traditie gaf een enorme impuls aan dorpsfeesten en bracht roem aan talloze lokale legendes.
Zie ook: IJsclub, Marathon op natuurijs · Lees verder in de gids: Natuurijsbanen: hoe werken ze?
Marathon op natuurijs
natuurijsmarathon
Een marathon op natuurijs is een slopende schaatswedstrijd over grote afstanden, variërend van 40 tot 100 kilometer, op open ijs of een lokale rondbaan.
Zodra het ijs in Nederland ergens sterk genoeg is, breekt de koorts uit om de eerste marathon op natuurijs van het jaar te organiseren. Toprijders reizen massaal af naar het dorp dat als eerste groen licht krijgt. Deze wedstrijden kenmerken zich door zware omstandigheden; scheuren in het ijs, snijdende wind, sneeuwjacht en het tactisch rijden in pelotons maken de wedstrijd tot een tactische afvalrace voor ijzervreters.
Zie ook: Toertocht, Elfstedentocht, Kortebaanwedstrijd · Lees verder in de gids: Toertochten op natuurijs: van mini-Elfstedentocht tot molentocht
Tocht der tochten
de Tocht
De Tocht der tochten is de iconische, respectvolle en veelgebruikte alternatieve benaming en bijnaam in Nederland voor de Elfstedentocht.
Deze verheven term accentueert de enorme, nagenoeg mythische status van dit specifieke evenement ten opzichte van alle andere marathons in de Nederlandse sportwereld. Voor menig fanatiek langeafstandsschaatser is dit het absolute en enige doel; als het ijs sterk genoeg is, verdwijnt alles in de samenleving om plaats te maken voor de helden op de Friese wateren. De eretitel toont simpelweg aan dat geen ander spektakel hier ook maar bij in de buurt kan komen.
Zie ook: Elfstedentocht, Elfstedenkruisje · Lees verder in de gids: De geschiedenis van de Elfstedentocht
Toertocht
puzzeltocht · schaatstocht
Een toertocht is een georganiseerde recreatieve schaatsrit over afgebakende natuurijsroutes, met diverse stempelposten en verschillende afstanden.
Als het ijs sterk genoeg is, zetten lokale ijsverenigingen of de KNSB routes uit over plassen, kanalen en meren. De organisatie zorgt voor de veiligheid door ijs te meten, wakken te markeren en kluunplaatsen aan te leggen. Deelnemers schrijven zich in, krijgen een stempelkaart en voltooien trajecten van vijf tot soms wel honderd kilometer. Deze evenementen ademen de typisch Nederlandse wintercultuur en brengen duizenden mensen recreatief in beweging.
Zie ook: Koek-en-zopie, Kluunplaats, Stempelpost · Lees verder in de gids: Toertochten op natuurijs: van mini-Elfstedentocht tot molentocht
Organisatie
Afgelasting
ontheffing
De afgelasting van een schaatsevenement is het officiële besluit van de organisatie om een tocht niet door te laten gaan vanwege te dun, onveilig of gevaarlijk ijs.
Het annuleren van een langverwachte toertocht of marathon, en met name de Elfstedentocht, valt altijd zwaar en is het moeilijkste besluit voor ijsmeesters en besturen. De veiligheid van duizenden deelnemers in massale pelotons staat echter voorop. Zelfs als het merendeel van een traject uit dik ijs bestaat, kan één onvermijdelijk onveilig of onstabiel knelpunt in de weersomstandigheden leiden tot een direct en dwingend staken van het evenement.
Zie ook: Toertocht, Elfstedentocht, IJsmeester · Lees verder in de gids: Toertochten op natuurijs: van mini-Elfstedentocht tot molentocht
Baanvegen
ijsvloer prepareren · sneeuwruimen
Baanvegen is de collectieve en cruciale inspanning om een bevroren traject of ijsbaan direct vrij van sneeuw te maken voor de kwaliteit van het ijs.
Sneeuw is de aartsvijand van groeiend ijs. Zelfs een dun laagje isoleert het water dermate, dat de groei door de vorst onmiddellijk stopt. Daarnaast bevriest aangetrapte sneeuw tot gevaarlijk ijs of sneeuwijs. IJsclubs en vrijwilligers rukken direct uit met sneeuwschuivers, bezems, tractors of quads zodra er vlokken vallen. Deze noeste arbeid tot diep in de koude avond is onmisbaar voor elke betrouwbare lokale natuurijsbaan of lange toertocht.
Zie ook: Sneeuwijs, IJsmeester, IJsclub · Lees verder in de gids: Natuurijsbanen: hoe werken ze?
Gewest
KNSB gewest
Een gewest is een regionale afdeling binnen de KNSB die het plaatselijke schaatsbelang, de opleiding en de wedstrijden op provinciaal niveau coördineert.
De schaatswereld in Nederland is, uiteraard historisch bepaald door het lokale water, sterk verdeeld in provinciale gewesten. Elk gewest kent zijn eigen gewestelijke commissies en besturen. Vooral tijdens een vorstperiode is deze regionale structuur essentieel, omdat zij nauw overleg voeren met de plaatselijke ijsclubs over de toestand van het ijs, het coördineren van de toertochtkalender en het voorkomen dat duizenden schaatsers gelijktijdig op de verkeerde plek belanden.
Zie ook: KNSB, IJsclub · Lees verder in de gids: Natuurijs in jouw provincie: waar moet je zijn?
IJsclub
ijsvereniging
Een ijsclub is een lokale vereniging die het schaatsen bevordert, vaak door het prepareren en beheren van een natuurijsbaan in de winter.
Nederland telt honderden lokale ijsclubs. Zodra de vorst invalt, komen talloze vrijwilligers in actie om de landijsbaan onder water te zetten, de ijsdikte te meten en het ijs te vegen. Naast het beheren van de baan organiseren ze kortebaanwedstrijden, toertochten of het populaire koek-en-zopietentje. Deze verenigingen vormen de ruggengraat van de Nederlandse schaatscultuur en brengen in de winter hele dorpen en wijken samen op het ijs.
Zie ook: IJsmeester, Natuurijsbaan, KNSB · Lees verder in de gids: Natuurijsbanen: hoe werken ze?
IJsmeester
De ijsmeester is de verantwoordelijke vrijwilliger bij een ijsclub die de kwaliteit en de veiligheid van het ijs bewaakt.
Tijdens een vorstperiode is de ijsmeester de belangrijkste man of vrouw van het dorp. Deze deskundige beslist wanneer de ijsbaan open mag en meet dagelijks de ijsdikte. De ijsmeester stuurt de ploegen aan die met sneeuwschuivers en vegers de baan prepareren en scheuren dichten met water. Het oordeel van de ijsmeester is bindend; tot zijn of haar goedkeuring blijft het hek gesloten.
Zie ook: IJsclub, Natuurijsbaan · Lees verder in de gids: Natuurijsbanen: hoe werken ze?
KNSB
Koninklijke Nederlandsche Schaatsenrijders Bond
De KNSB is de officiële nationale bond die de schaatssport, zowel op kunstijs als op natuurijs, en de belangen van honderden ijsclubs in Nederland behartigt.
De in 1882 opgerichte bond speelt een bepalende rol bij het in goede banen leiden van de natuurijskoorts. Zij zijn de adviseurs en controleurs bij grote marathons, publiceren veiligheidsrichtlijnen, organiseren landelijke competities en begeleiden lokale gewesten. Als overkoepelend orgaan stelt de KNSB duidelijke normen over bijvoorbeeld de gewenste ijsdikte om een massale toertocht verantwoord en verzekerd te kunnen laten plaatsvinden.
Zie ook: IJsclub, Gewest · Lees verder in de gids: De KNSB-vuistregels voor natuurijs
Natuurijsbaan
landijsbaan · combibaan
Een natuurijsbaan is een door de mens aangelegd ondiep waterbassin of onder water gezet weiland dat in de winter snel dichtvriest.
Omdat het water op een ondergespoten veld of asfaltbaan hooguit enkele centimeters diep is, is het vaak de eerste plek waar geschaatst kan worden bij beginnende vorst. Ook is de veiligheid hier beter te garanderen dan op groot open water. Honderden lokale ijsclubs beheren zulke banen. Ze verzorgen er niet alleen een strakke ijsvloer, maar ook verlichting voor avondschaatsen en de sfeervolle muziek uit de luidsprekers.
Zie ook: IJsclub, IJsmeester, Koek-en-zopie · Lees verder in de gids: Natuurijsbanen: hoe werken ze?
Rayonhoofd
rayonhoofden
Een rayonhoofd is een vertegenwoordiger van de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden die lokaal toeziet op de ijskwaliteit van de Elfstedentocht.
De route van de Elfstedentocht is opgedeeld in ruim twintig trajecten of rayons. Het rayonhoofd meet dagelijks de ijsdikte, controleert op gevaarlijke plekken zoals wakken en bepaalt of sneeuw moet worden geruimd. Hun vergaderingen tijdens een vorstperiode zijn in Nederland groot nieuws, omdat hun gezamenlijke oordeel beslist of de tocht wel of niet gereden kan worden. Zij zijn de poortwachters van het Friese natuurijs.
Zie ook: Elfstedentocht, IJsmeester · Lees verder in de gids: De geschiedenis van de Elfstedentocht
Stempelpost
controlepost
Een stempelpost is een controlepunt langs een toertocht of de Elfstedentocht waar deelnemers hun doorkomst moeten laten afstempelen om te bewijzen dat ze de gehele route hebben afgelegd.
Zonder volle stempelkaart geen medaille of kruisje. Deze posten zijn doorgaans gehuisvest in sfeervolle tenten, kroegen of zelfs aan eenvoudige tafeltjes op het ijs, bemand door enthousiaste vrijwilligers. Het verzamelen van de stempels is een cruciaal ritueel, en een onbeschrijfelijke opluchting als weer een stad is behaald. Het missen van een geheime stempelpost op het traject leidt onherroepelijk tot een pijnlijke diskwalificatie.
Zie ook: Elfstedenkruisje, Toertocht, Elfstedentocht · Lees verder in de gids: Toertochten op natuurijs: van mini-Elfstedentocht tot molentocht
Cultuur & traditie
Dweilorkest
dweilband
Een dweilorkest is een informeel blaasorkest dat traditioneel tijdens de pauzes van schaatswedstrijden het publiek vermaakt met vrolijke, luide muziek.
De naam vindt zijn oorsprong in de tijden dat de ijsbaan in de wedstrijdintervallen nog met de hand of een machine werd gedweild. Terwijl de ijsmachines hun rondes maakten, speelde de band om de sfeer erin te houden en te voorkomen dat het publiek door de kou en stilte afkoelde. Tegenwoordig zijn ze vaste prik bij grote internationale kampioenschappen en zorgen ze voor de unieke, feestelijke en zeer herkenbare Nederlandse schaatscultuur.
Zie ook: IJsclub, Marathon op natuurijs
Elfstedenkruisje
kruisje
Het Elfstedenkruisje is de zilveren medaille die wordt uitgereikt aan deelnemers die de Elfstedentocht reglementair uitrijden binnen de vastgestelde tijd.
Het in 1909 ontworpen kruisje is de ultieme trofee voor een Nederlandse schaatser. De medaille toont het wapen van de provincie Friesland. Om het kruisje te bemachtigen, moet een toerrijder voor middernacht in Leeuwarden finishen en een afgestempelde stempelkaart inleveren waaruit blijkt dat alle posten zijn gepasseerd. Voor veel schaatsers is deze relatief kleine medaille een van hun meest waardevolle en dierbare bezittingen.
Zie ook: Elfstedentocht, Stempelpost, Toertocht · Lees verder in de gids: De geschiedenis van de Elfstedentocht
Koek-en-zopie
koek en zopie
Een koek-en-zopie is een tijdelijke kraam op of langs het ijs waar schaatsers warme dranken en versnaperingen kopen.
Langs toertochten en op populaire natuurijsplekken verschijnen koek-en-zopietentjes zodra het ijs ligt; voor veel schaatsers horen warme chocolademelk en een plak koek net zo bij natuurijs als het ijs zelf. Het woord 'zopie' gaat vermoedelijk terug op een oud woord voor een slokje warme, oorspronkelijk vaak alcoholische, drank. IJsclubs gebruiken de opbrengst van hun eigen koek-en-zopie regelmatig om de baan en de vrijwilligers te bekostigen.
Zie ook: Toertocht, IJsclub, Natuurijsbaan
Schoonrijden
Schoonrijden is de traditionele, ritmische en uiterst sierlijke manier van schaatsen waarbij rijders met een opgerichte houding over de buitenkant van het ijzer grote, ronde bogen maken.
Deze stijl stamt uit de negentiende eeuw en vraagt uitzonderlijke balans en coördinatie. Bij schoonrijden leunt men elegant op de achterzijde van de schaats om in harmonieuze, brede slagen over het ijs te zwieren. Vaak wordt er hand-in-hand geschaatst, soms door in klederdracht gestoken paren. Het KNSB-erkende schoonrijden is de poëtische tegenhanger van de rauwe snelheidsport en is inmiddels uitgeroepen tot waardevol immaterieel cultureel erfgoed.
Zie ook: KNSB · Lees verder in de gids: Voor het eerst schaatsen op natuurijs