IJsdikte meten: zo doe je dat

⚠️ De statussen op deze site zijn schattingen op basis van weersgegevens of meldingen van bezoekers, nooit een veiligheidsoordeel. Betreed natuurijs alleen bij een gemeten dikte van minimaal 10 cm (KNSB-vuistregel), controleer het ijs altijd zelf ter plekke en volg aanwijzingen van de lokale ijsclub op.

"Het ijs ligt er goed bij" zegt helemaal niets. De enige manier om te weten of natuurijs je draagt, is meten. Gelukkig is dat simpel, snel en heb je er geen dure spullen voor nodig. Deze gids laat zien hoe je het aanpakt.

Wat je nodig hebt

Er bestaan ook haakvormige ijsdiktemeters die je door het boorgat steekt en onder de ijslaag haakt; handig, maar een duimstok met een haakje aan het uiteinde doet hetzelfde.

Zo meet je veilig

  1. Begin vanaf de kant. Test het ijs vlak voor de oever eerst met gewicht (een voet, leunend op een stok) voordat je erop stapt.
  2. Boor of hak je eerste gat op één à twee meter uit de kant. Draagt het daar al geen 10 cm, dan hoef je verder niet te kijken.
  3. Meet de dikte van het échte ijs. Haak je meetlint onder de onderkant van het ijs en lees af bij het oppervlak. Tel alleen hard, zwart ijs; sneeuwijs of sponzige lagen tellen hooguit half mee.
  4. Herhaal elke 25 à 50 meter, en extra bij verdachte plekken: bruggen, riet, duikers, donkere of juist witte vlekken. IJsdikte kan binnen korte afstand halveren.
  5. Werk met z'n tweeën: één meet, één blijft op afstand staan met een lijn.

Welke dikte is genoeg?

Dikte (goed, zwart ijs) Wat kan er?
minder dan 10 cm Niet betreden
10 cm Vuistregel voor schaatsers (KNSB-vuistregel)
12–15 cm Kleine groepen, toertochten (Elfstedentocht: 15 cm)
20 cm en meer Grote groepen en evenementen

Let op: dit geldt voor zwart ijs van goede kwaliteit. Wit ijs of melkijs is ongeveer half zo sterk: 10 cm wit ijs behandel je dus als 5 cm. Bomijs (holle klank, lucht onder het ijs) vertrouw je nooit, ongeacht de dikte. Meer over de soorten ijs: Hoe ontstaat natuurijs?.

Veelgemaakte fouten

Help ook anderen: meld je meting

Heb je gemeten? Op de locatiepagina's van de ijskaart kun je een melding doen, mét gemeten dikte. Daar help je andere schaatsers enorm mee: meldingen met een gemeten dikte wegen zwaarder mee in de status van een locatie dan een schatting op afstand. Zo wordt de kaart elke winter een beetje betrouwbaarder, al blijft gelden: de status op de kaart is een hulpmiddel en vervangt je eigen meting nooit. Zie Wat betekenen de statussen op de ijskaart?.

Samengevat

Meten is een kwestie van een boor, een duimstok en vijf minuten werk. Tien centimeter zwart ijs, gemeten op meerdere plekken. Minder mag het niet zijn. En deel je meting op de kaart, zodat de volgende schaatser niet blind hoeft te varen op "het ligt er goed bij".