De ijskaart van Natuurijs.nl geeft elke schaatslocatie een kleur en een status. Handig, maar alleen als je weet wat die status precies betekent, en vooral: wat hij niet betekent. Deze gids legt het systeem uit.
De vijf statussen
- Geen ijs: op basis van de weerdata is er geen ijs van betekenis te verwachten op deze locatie. De meest voorkomende status, want zo is Nederland.
- IJs groeit: het vriest (vooral 's nachts) hard genoeg om ijs aan te laten groeien. Nog niet om op te schaatsen, wél om in de gaten te houden.
- Bijna schaatsbaar: het model schat dat de ijsdikte in de buurt komt van schaatsbaar. Dit is het moment waarop de eerste fanatiekelingen gaan kijken en meten.
- Schaatsbaar gemeld: bezoekers hebben gemeld dat er op deze locatie geschaatst wordt of dat het ijs dik genoeg is. Deze status ontstaat dus door meldingen van échte mensen, niet alleen door het model.
- Officieel open: de lokale ijsclub of beheerder heeft de baan officieel opengesteld. De sterkste status die de kaart kent.
Waar de statussen vandaan komen
Achter de kaart draait een ijsmodel dat doorlopend wordt gevoed met weerdata per gebied: temperatuur, wind en de opbouw van vorst- en dooiuren. Op basis daarvan schat het model per locatie een ijsdikte, rekening houdend met het type water: een ondiepe sloot bevriest nu eenmaal veel sneller dan een grote plas (waarom, lees je in Hoe ontstaat natuurijs? en Waar ligt het eerste ijs?).
Daarbovenop komen meldingen van bezoekers. Wie op een locatiepagina doorgeeft dat er ijs ligt, dat er geschaatst wordt of juist dat het onveilig is, stuurt daarmee de status bij. Meldingen met een gemeten ijsdikte wegen zwaarder dan schattingen, recente meldingen zwaarder dan oude. Meerdere onafhankelijke meldingen versterken elkaar.
De zekerheid bij een status
Bij elke locatie zie je ook een zekerheidsindicatie: lage, gemiddelde of hoge zekerheid. Die zegt iets over hoeveel het model durft te beloven: verse weerdata en recente, gemeten meldingen geven hoge zekerheid; een schatting puur op weerdata zonder meldingen blijft onzekerder. Een status "bijna schaatsbaar" met lage zekerheid is dus vooral een uitnodiging om te gáán kijken, niet om blind je schaatsen onder te binden.
De waarschuwing "onveilig gemeld"
Zie je een rode waarschuwing op een locatiepagina, dan heeft iemand de locatie expliciet als onveilig gemeld: een wak, te dun ijs, open water. Die waarschuwing overtroeft elke andere status. Kom je zelf een gevaarlijke situatie tegen, meld die dan óók: je waarschuwt er direct andere schaatsers mee.
Wat de statussen níet zijn
Dit is de belangrijkste alinea van deze gids. Geen enkele status op de kaart is een veiligheidsoordeel. Het model schat, meldingen zijn momentopnames van anderen, en ijs verandert per uur en per meter. "Schaatsbaar gemeld" betekent: iemand heeft hier ijs gemeld, niet: dit ijs is overal en voor iedereen veilig.
Wat je ook op de kaart ziet, ter plekke gelden altijd de KNSB-vuistregels: minimaal 10 cm gemeten ijs, zelf meten, nooit alleen, en aanwijzingen van de lokale ijsclub gaan vóór alles.
Zo gebruik je de kaart slim
- Volg "ijs groeit" en "bijna schaatsbaar" in jouw regio om te weten waar het interessant wordt, of schrijf je in voor het ijsalarm, dan krijg je bericht.
- Kijk naar de zekerheid en de meldingen, niet alleen naar de kleur.
- Ga kijken, meet zelf, en meld wat je aantreft, mét dikte. Zo help je het systeem en elkaar.
- Behandel de kaart als een startpunt, nooit als eindoordeel.
Zo is de ijskaart wat hij moet zijn: de snelste weg naar goed ijs, met jouw gezonde verstand als laatste woord.